Steun bij hoge energierekening? Zo denkt Den Haag erover

Steun bij hoge energierekening? Zo denkt Den Haag erover
DEN HAAG - Minister Sophie Hermans (VVD) van Klimaat en Groene Groei in debat met de Tweede Kamer. Foto: ANP/Hollandse Hoogte/Dirk Hol.

De Nederlandse industrie kampt met de gevolgen van hoge energieprijzen. Het maatregelenpakket Groene Groei, dat minister Sophie Hermans (VVD) van Klimaat en Groene Groei eind april presenteerde, moet de industrie enige verlichting bieden. Maar welke politieke discussies gingen hieraan vooraf in de Tweede Kamer?

Elektriciteit is in Nederland twee tot drie keer zo duur als in andere Europese landen. In 2024 betaalden Nederlandse industriële grootverbruikers € 14-63 per MWh meer voor elektriciteit dan hun concurrenten in België, Duitsland en Frankrijk. Dat blijkt uit cijfers van een rapport van E-Bridge, in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken.

De hoge prijs wordt deels veroorzaakt doordat in Nederland de enorme kosten voor uitbreiding van het elektriciteitsnet zijn opgenomen in de prijs. Daarnaast maakt Nederland geen gebruik (meer) van de Europese subsidieregeling IKC, waardoor een oneerlijke concurrentiepositie ontstaat voor het bedrijfsleven. Beide ontwikkelingen spelen een belangrijke rol in de opties die Den Haag momenteel onderzoekt om de industrie tegemoet te komen. 

Herinvoering van de subsidieregeling IKC-ETS

De Europese Unie heeft de subsidieregeling Indirecte kostencompensatie ETS (IKC-ETS) ingesteld om de internationaal concurrerende industrie te compenseren voor de kostentoename van elektriciteit door het EU Emissions Trading System. Lidstaten mogen zelf bepalen hoe ze de regel toepassen. Nederland heeft de subsidie in 2023 vanwege klimaatdoelen afgeschaft, maar in 2024, eenmalig voor een jaar, weer ingevoerd. Hier kan de energie-intensieve industrie dus geen aanspraak meer maken op deze korting, terwijl buurlanden de IKC wel veelvuldig inzetten.  
 
Om het gelijke speelveld voor de Nederlandse industrie te herstellen, is het terugdraaien van de IKC een interessante optie volgens BBB, VVD en het CDA. Volgens VEMW, de belangenvereniging voor zakelijke elektriciteit-, gas- en waterafnemers, zou dit dan wel voor minimaal vijf jaar moeten gebeuren om investeringszekerheid te garanderen. Oppositiepartijen waaronder D66 benadrukken dat juist de fossiele industrie van deze maatregel profiteert. Zij vinden dat het kabinet achter gemaakte klimaatafspraken moet blijven staan.

Schrappen van de nationale CO2-heffing

Nu bedrijven daadwerkelijk uit Nederland vertrekken, is de CO2-heffing in een nieuw daglicht komen te staan. “Het klimaat houdt zich niet aan grenzen”, zei Henk Vermeer van BBB tijdens een Kamerdebat over steun aan de industrie (20 maart). Het is geen CO2-reductie wanneer de uitstoot via andere landen weglekt. Volgens het CDA doet de regel niet wat hij moet doen en daarom diende de partij samen met SGP een motie in om de nationale CO2-heffing direct te schrappen. Deze motie werd verworpen.  
 
Klimaatdoelen wegen zwaar voor coalitiepartners VVD en NSC. Want bij het schrappen van deze heffing komt de besparing van CO2 uit het Hoofdlijnenakkoord in de knel. Silvio Erkens van de VVD vindt dat we bedrijven die niet kunnen verduurzamen niet met deze heffing moeten ‘lastigvallen’. Tegelijkertijd is hij huiverig om de heffing helemaal te schrappen. Daarmee raakt Nederland volgens hem grip kwijt op lopende processen en worden bedrijven juridisch kwetsbaarder (kans op claims).

Verlagen netkosten en elektriciteitsbelasting

Bovenstaande twee maatregelen zijn geopperd in het ‘Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) Schakelen naar de toekomst’ (maart 2025). Twee uitgesproken voorstanders ervan zijn CDA en D66. Hoe kunnen de netkosten omlaag? D66 stelt voor dit te doen via een miljardeninvestering in TenneT voor de aanleg van wind op zee. Zodat die kosten daarvan niet worden doorberekend in de energierekening. Bij een jaarlijkse investering van € 3 miljard zakken volgens het IBO-onderzoek de nettarieven voor bedrijven met zo’n 50%. Deze tarieven drukken met 20 tot 30% op de energiekosten van bedrijven.  
 
Bij deze twee opties wordt sterk naar Duitsland gekeken. Waar ons buurland nettarieven en energiebelastingen flink verlaagt, is Nederland volgens Vermeer van de BBB bang dat deze ingreep op staatssteun lijkt. Wanneer met deze opties de Nederlandse staatschuld oploopt, zien BBB en D66 dat niet als een bezwaar. Kamerlid Ilana Rooderkerk van D66: “Het is een verantwoorde investering, ook voor toekomstige generaties.” Meerdere partijen verwijzen naar het Europese Draghi-rapport. Daarin wordt voorgesteld om brede afspraken te maken over belastingen, heffingen, nettarieven en nationale steun om energieprijzen te verlagen.

Kiezen voor sectoren

Een belangrijk discussiepunt dat samenhangt met de vraag welke steun er moet komen, is de vraag voor wie er steun moet komen. Bedrijven die met de overheid geen maatwerkafspraken willen maken over verduurzaming, hebben volgens GroenLinks/PvdA geen recht op (extra) geld. Verduurzaming als voorwaarde voor steun, vinden ook oppositiepartijen SP, Partij voor de Dieren, Volt en regeringspartij NSC. Alleen kan niet ieder bedrijf of iedere sector in dezelfde mate verduurzamen. Bovendien staan duizenden bedrijven die wel willen elektrificeren op de wachtlijst voor een nieuwe of zwaardere aansluiting.  
 
Is het überhaupt wenselijk dat de overheid tussen bedrijven of sectoren gaat kiezen? Volt is er voorstander van om ‘in de slibstream van de ‘Clean Industrial Deal’ van Europa in te zetten op de verduurzaming van toekomstbestendige sectoren’. Een richting die D66 steunt door zich af te vragen welke productie we nodig hebben in Europa. Dat gaat niet alleen om het verduurzamen van bestaande industrie, maar ook om ruimte te bieden aan innovatieve (duurzame) bedrijven. Dat betekent over landsgrenzen heen kijken, naar bijvoorbeeld zonne-energie uit Spanje, waterkracht uit Zweden en windenergie van de Noordzee.

Visie voor strategische keuzes

Aan minister van Klimaat en Groene Groei Sophie Hermans nu de vraag een visie te ontwikkelen om deze strategische keuzes te maken. Hoewel zij zelf niet gelooft dat het aan de overheid is om tussen sectoren te kiezen, vindt zij wél dat de overheid moet bepalen wat voor economie we in Nederland willen en binnen welke kaders. Hopelijk blijkt uit de Voorjaarsnota welke steun binnen die kaders past. 

Lees meer over

Heidy van Beurden

Heidy van Beurden

Heidy van Beurden is freelance journalist en redacteur. Ze schrijft voor o.a. de energie- en watersector, het onderwijs en de medische wereld. Naar de energietransitie kijkt ze in samenhang met de actuele ontwikkelingen in andere sectoren, waarin slim datagebruik een rode draad is. Haar publicatie Smart City dynamics werd wereldwijd in 27 landen verkocht.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.