Na jaren van overleg en onderhandeling met de sociale partners, en na een aantal uitspraken van de Europese en lokale rechters, had de Europese Commissie zijn amendementen op de oude EOR richtlijn (94/45/EC) in juli 2008 in een zogenaamde technische herschikkingrichtlijn uitgebracht.
Op uitdrukkelijk verzoek van het Franse Voorzitterschap bereikten de Europese vakbonden en werkgeversorganisaties op 29 augustus een akkoord met wijzigingen over acht punten. Die hadden vooral betrekking op de rechten van informatie en consultatie: “de informatie moet op een zodanig moment, op een zodanige wijze gegeven worden dat het de werknemersvertegenwoordigers in staat stelt om een diepgaande studie te maken van de mogelijke gevolgen en het overleg voor te bereiden met het bevoegde orgaan van de onderneming of groep van ondernemingen”. Ook moest de Eor middelen krijgen om zijn bevoegdheden uit te oefenen en om de belangen van de werknemers collectief op Europese schaal te vertegenwoordigen.
De volgende etappe was de behandeling van de nieuwe EOR richtlijn inclusief de wijzigingen van de sociale partners in de sociale commissie van het Europees parlement. Er waren maar liefst zeventien amendementen ingediend, waarvan de meeste door Jan Cremers, PvdA-europarlementarier en schaduwrapporteur van het EOR dossier. De meeste zijn ook aanvaard.
Het amendement dat de definitie van “transnationaal” uitbreidt met “zaken die de bevoegdheden overtreffen van de besluitvormende organen in een enkele lidstaat waar de werknemers werken die getroffen worden”, betekent dat de Eor geraadpleegd moet worden als een besluit tot herstructurering of sluiting in de ene lidstaat is genomen, en gevolgen heeft in slechts één andere lidstaat. Na de aanvaarding in de sociale commissie veroorzaakte dit een lichte storm bij werkgevers en lidstaten.
Na stevige rondjes onderhandelen bereikten de Raad van Ministers en het Europees parlement op 4 december een informeel akkoord. Op 16 december heeft het Europees parlement de nieuwe EOR richtlijn aanvaard inclusief de amendementen van de sociale partners en van Cremers en de zijnen. En toen was de kogel eindelijk door de kerk.
Cremers: “de ervaring leert dat in tijden van herstructurering en reorganisaties de betrokkenheid van de medezeggenschapsorganen in belangrijke mate bijdraagt aan een betere besluitvorming”. Waaraan ik wil toevoegen: en de ervaring leert ook dat de Europese ondernemingsraad voor de achterbannen het meest kan bereiken bij een internationale herstructurering, daar ligt zijn toegevoegde waarde, niet alleen voor de werknemers maar ook voor het management.












