Opzegverbod wegens or-lidmaatschap

Opzegverbod wegens or-lidmaatschap

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

Feiten

De werknemer is sinds 1989 in dienst bij werkgever als uitvoerder en wordt in 2000 lid van de or. Hoewel er geen tijdige herverkiezingen plaatsvinden, blijft de werkgever met de or-voorzitter samenwerken als ware er een reglementaire or. Zo overweegt de werkgever de mededelingen en adviezen van de or en heeft zij bij die gelegenheden niet laten weten dat zij het resterende medezeggenschapsorgaan niet meer als haar or beschouwt. Integendeel, na het verstrijken van de zittingstermijn is de werkgever het orgaan blijven behandelen als haar or en heeft zij hen geraadpleegd over onderwerpen die tot het domein van de ondernemingsraad behoren.

In 2009 streeft de werkgever de beëindiging van de arbeidsrelatie met de werknemer na, in verband met een reorganisatie. In betreffend kader verzoekt en verkrijgt de werkgever UWV toestemming, waarna zij de arbeidsovereenkomst met de werknemer opzegt. Daarop start de werknemer een kennelijk onredelijk ontslag procedure (onder oud recht). Hij stelt dat hij aanspraak maakt op de ontslagbescherming voor or-leden ex. artikel 7:670 lid 4 BW. De werkgever meent dat van bescherming geen sprake kan zijn omdat de zittingsperiode van de or is verstrekken en er daarom geen sprake meer is van een rechtsgeldige or.

Oordeel Hoge Raad

Het hof heeft geoordeeld dat werkgever het resterende medezeggenschapsorgaan is blijven erkennen en behandelen als zijnde een or en dat de werknemer daarin een rol is blijven spelen. Dit brengt volgens het hof mee dat in redelijkheid niet aan de werknemer kan worden tegengeworpen dat de ontslagbescherming ex. artikel 7:670 lid 4 BW toepassing mist omdat de or niet langer zou bestaan (ex. artikel 12 WOR).

De ratio van de ontslagbescherming van artikel 7:670 lid 4 BW is gelegen in de bescherming van de betrokken werknemers tegen benadeling als gevolg van hun activiteiten in het kader van medezeggenschap en in het waarborgen van hun afhankelijke positie die voor de betreffende uitoefening nodig is. De Hoge Raad oordeelt dat artikel 7:670 lid 4 BW onder omstandigheden ook toepassing kan vinden indien een or niet in alle opzichten voldoet aan de eisen die de WOR aan zijn instelling stelt, hetgeen bijvoorbeeld het geval is indien voorgeschreven periodieke (her)verkiezingen achterwege zijn gebleven. De Hoge Raad concludeert dat het hof bij de waardering van de feiten en omstandigheden in dit geval geen blijk heeft gegeven van een onjuiste c.q. onbegrijpelijke rechtsopvatting.

Commentaar

Het arrest van de Hoge Raad getuigt van een alleszins bevredigend resultaat. Het zou tot een volstrekt onwenselijke uitkomst leiden en mogelijk zelfs tot calculerend handelen van de werkgever/ondernemer, als de ontslagbescherming ex. artikel 7:670 lid 4 BW haar betekenis zou verliezen voor werknemers die wel concreet betrokken zijn bij de medezeggenschap en interne consultatie maar die onverhoopt deel uitmaken van een medezeggenschapsorgaan dat niet correct is ingesteld c.q. correct wordt gecontinueerd onder de WOR.

Bron: Hoge Raad, 8 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:604 Auteur Emma Glazener is advocaat bij Baker & McKenzie Amsterdam N.V.

Tip! Leer meer over de toepassing van de WOR op de nieuwe website WOR in de praktijk

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.