Preventie en aanpak van grensoverschrijdend gedrag met hernieuwde handreiking

Regeringscommissaris Mariëtte Hamer presenteert haar nieuwe editie van de handreiking voor organisaties over seksueel grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer. Deze volgt op een prototype dat vorig jaar is verschenen.

Preventie en aanpak van grensoverschrijdend gedrag met hernieuwde handreiking

In mei 2023 publiceerde de commissie een prototype handreiking om bedrijven op weg te helpen met de mogelijke interventies rondom ongewenst gedrag. Eén van de belangrijkste boodschappen van het prototype was: wees voorbereid op een melding. Denk op voorhand na over hoe je hier als organisatie mee om wil gaan. Maar ook: beslis wat te doen met een melding, voer de gekozen opvolging zorgvuldig uit en leer van het meldproces.

Verbreding van de aanpak

De belangrijkste verandering in deze nieuwe editie is een verbreding van de aanpak: van goed omgaan met meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGOG) naar een strategie ter preventie en cultuurverandering binnen je organisatie. Om tot de nieuwe handreiking te komen, heeft de commissie inzichten van experts, ervaringsdeskundigen en ruim 20 grote en kleine bedrijven uit verschillende sectoren meegenomen.

Mariëtte Hamer, regeringscommissaris grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld: "Mijn motto ‘niets doen is geen optie’ geldt nog steeds en daar voeg ik nu aan toe: maak het onderwerp zichtbaar en bespreekbaar. Uiteindelijk gaat het om de wil om met elkaar te werken aan een gelijkwaardige, respectvolle, plezierige en veilige cultuur waarin seksueel grensoverschrijdend gedrag niet meer voorkomt. Die positieve motivatie wil ik graag activeren."

Positieve motivatie

De nieuwe handreiking is in eerste instantie gericht aan degenen in de organisatie die eindverantwoordelijk zijn voor de preventie en aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ook arboprofessionals hebben hiermee te maken. Psychosociale arbeidsbelasting (PSA) is een van de belangrijkste arbeidsrisico's. Het is aan de arbokerndeskundige om anderen in de organisatie te activeren om ook de handreiking te lezen. Want de preventie en aanpak is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

"Uiteindelijk gaat het om de wil om met elkaar te werken aan een gelijkwaardige, respectvolle, plezierige en veilige cultuur, waarin seksueel grensoverschrijdend gedrag niet meer voorkomt. Die positieve motivatie willen we graag activeren", aldus Hamer.

De 3 pilaren van cultuurverandering

Hamer biedt in het nieuwe eerste deel inzicht in hoe organisaties kunnen werken aan de omgangscultuur en de organisatiestructuur. "Wanneer we praten over cultuurverandering gaat het vaak over de smalle definitie hiervan: een verandering in normen, waarden, verwachtingen, ideeën en gedrag. Om seksueel grensoverschrijdend gedrag daadwerkelijk te voorkomen en aan te pakken, zul je als organisatie op 3 niveaus moeten reflecteren, sturen en veranderen."

Daarom verwijst de handreiking naar 3 pilaren van cultuurverandering bij seksueel grensoverschrijdend gedrag:

1. Omgangscultuur

De omgangscultuur omvat het geheel van patronen van gedrag, normen, waarden en beelden die binnen een bepaalde groep gedeeld worden. Hierbij gaat het over de normen en waarden die heersen binnen een organisatie. Deze komen voor een deel voort uit brede maatschappelijke normen en waarden, en mogelijk ook uit normen en waarden uit de sector die doorsijpelen in de organisatie.

Maar het gaat ook over verwachtingen en ideeën die mensen hebben over bijvoorbeeld taken en verantwoordelijkheden van mannen versus vrouwen. Daarnaast gaat het over ingesleten gedragspatronen, die je bewust of onbewust met elkaar in stand houdt. De leiderschapsrol en voorbeeldgedrag bij de werkgever zijn cruciaal om de gewenste cultuur te laten zien.

2. Organisatiecultuur

De organisatiecultuur wordt gevormd door de wijze waarop de organisatie is ingericht en de overige afspraken of werkwijzen die risicofactoren zijn voor het SGOG in de organisatie. Seksueel grensoverschrijdend gedrag kan niet worden voorkomen of aangepakt zonder te kijken naar onderliggende risicofactoren in de organisatiestructuur.

Ook moet worden gekeken naar de aspecten daarvan die SGOG sneller doen ontstaan of in stand houden. Denk hierbij aan macht en hiërarchie, afhankelijkheidsrelaties, de aard en organisatie van het werk, diversiteit, inclusie en werkdruk. Deze aspecten kunnen een voedingsbodem vormen voor SGOG.

3. Ondersteunend systeem

Het ondersteunend systeem bestaat uit het geheel van maatregelen specifiek gericht op de preventie en aanpak van SGOG. Veel organisaties richten zich op deze ondersteunende systemen, maar hoewel dit heel belangrijk is, is het alleen effectief en constructief als de organisatie het systeem inzet en benut als onderdeel van een bredere cultuurverandering. Dit kunnen organisaties doen door de resultaten en lessen die ze trekken uit deze maatregelen en procedures, positief te laten doorwerken in de omgangs- en organisatiestructuur.

Pilaren beïnvloeden elkaar

Elke pilaar is essentieel voor een verandering van de cultuur. De pilaren beïnvloeden elkaar in zowel negatieve als positieve zin. Een integrale aanpak van alle 3 de pilaren is dus nodig. Waar en hoe je begint, is afhankelijk van de situatie in de organisatie.

"Steek in eerste instantie de meeste energie in de pilaar waar de meeste urgentie ligt voor verbetering en verandering", aldus Hamer. "Het is daarbij ook belangrijk om je te realiseren dat cultuurverandering tijd en een gerichte strategie nodig heeft. Er moet daarom ook een wil zijn om te veranderen. Een strategie ontwikkelen voor cultuurverandering is even belangrijk als het opstellen van een bedrijfsstrategie."

6 risicofactoren

In de handreiking benadrukt Hamer het belang van een risicoanalyse om erachter te komen wat een organisatie kwetsbaar maakt voor seksueel grensoverschrijdend gedrag. De handreiking noemt 6 belangrijke risicofactoren in organisatiestructuren:

  1. Ongelijke macht en hiërarchie
  2. Onzekere posities en afhankelijkheid
  3. De aard van het werk
  4. De organisatie van het werk
  5. Gebrek aan diversiteit en inclusie
  6. Een gebrek aan tijd en prioriteit

Arbeids- en Organisatiedeskundige Cecile de Roos is erg te spreken over het hoofdstuk waarin deze risicofactoren besproken worden: "De arbowet beschermt mensen die minder machtig zijn, dat wordt hier goed duidelijk. Die macht bepaalt namelijk alles in arbeidsomstandigheden. Als ik jouw salaris bepaal, en jij afhankelijk bent van mijn handtekening voor bepaalde dingen, dan voel jij je anders tegenover mij dan tegenover een collega. Je voelt je dan misschien sneller onheus bejegend.

Dit geldt zeker bij onzekere en afhankelijke posities. Werknemers met korte contracten lopen continu op hun tenen. Zo'n draaideureffect is heel vermoeiend. Ze hebben het gevoel dat ze zich continu moeten bewijzen. Zulke effecten zijn allemaal van invloed op het ervaren van ongewenst gedrag.

Dat vind ik ook zo vernieuwend aan deze handreiking. Aan dit hoofdstuk. Dat er vanuit de overheid aandacht wordt besteed aan de organisatiestructuur. Dat daar ook risico's aan verbonden zijn. Daardoor is het een belangrijk kaderdocument, goed bruikbaar voor een risicoanalyse."

Belang van een risicoanalyse

Hamer: "Je moet een risicoanalyse zien als een foto van de organisatie. Je brengt in kaart wat de risicofactoren zijn voor seksueel grensoverschrijdend gedrag, bijvoorbeeld in de organisatiestructuur, zoals ongelijke machtsverhoudingen, een grote mate van afhankelijkheid, hoge werkdruk of de fysieke aard van het werk. Of in de omgangscultuur, denk aan ingesleten gedragspatronen tussen leidinggevenden en medewerkers of mannen en vrouwen. En ook in het ondersteunend systeem, zoals de toegankelijkheid van deskundige vertrouwenspersonen, een gedragen gedragscode en de kennis en vaardigheden van leidinggevenden."

"Gebruik de verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) als basis voor de analyse. Het Arbobesluit (artikel 2.15, lid 1) verplicht werkgevers om ook de risico's op psychosociale arbeidsbelasting, waar seksueel grensoverschrijdend gedrag onder valt, in de RI&E te inventariseren. Schakel waar nodig deskundigen in die kunnen ondersteunen bij de analyse, zoals arbodeskundigen en deskundigen op het gebied van organisatieverandering. Zij hebben kennis en vaardigheden om de analyse uit te voeren en/of te toetsen," aldus Hamer.

Na de analyse maak je een plan van aanpak om de te treffen maatregelen vast te leggen. Onderdeel hiervan is ook altijd het organisatiebrede gesprek. Dit heeft als doel dat iedereen binnen de organisatie zich gezien en gehoord kan voelen. Uit dit gesprek komen afspraken voort over onderling gedrag, die leiden tot een heldere sociale norm.

De handreiking is een lijvig document van 100 pagina's, maar biedt ontzettend veel praktische kaders.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in iets andere vorm op PWnet

Bregje Kop is redacteur bij PW. Ze schrijft onder meer over: burn-out en werkstress, duurzame inzetbaarheid, vakantie en verlof, verzuim, grensoverschrijdend gedrag en hybride werken.

Linda Poort

Linda Poort

Redacteur Arbo

Linda is een redacteur in hart en nieren. Zij is vooral geïnteresseerd in de sociale kanten van arbo. Maar ook in de juridische en technische kanten bijt ze zich vast.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.