Stanford: vijf belangrijke bevindingen over thuiswerken

Stanford: vijf belangrijke bevindingen over thuiswerken

Universiteit Stanford onderzocht in veertig landen hoe het is gesteld met thuiswerken. Daaruit blijkt dat in Noord-Amerika en Europa thuiswerken het meest voorkomt. En dat vrouwen met kinderen het liefst thuis willen werken. Hier 5 bevindingen uit het onderzoek.

In het onderzoek van Stanford hebben in totaal 16,422 respondenten een vragenlijst ingevuld in de periode van november 2024 tot februari 2025. In Frankrijk, Duitsland, Italië, het Verenigd Koninkrijk en de VS hadden de onderzoekers meer dan 2.500 respondenten. In de andere landen bestond het aantal respondenten uit ongeveer 1.000.

1. Thuiswerken meest in Noord-Amerika en Europa

Engelstalige landen hebben gemiddeld de hoogste niveaus van thuiswerken met ongeveer 1,5 tot 2 dagen per week. Europese landen liggen daar iets onder met ongeveer 1 tot 1,5 dag per week. Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse landen zitten lager met ongeveer 1 dag per week. En Aziatische landen werken het minst thuis met 0,5 tot 1 dag per week.

Respondenten is de vraag gesteld: Voor elke dag afgelopen week, werkte je 6 of meer uren per week en zo ja, waar?

2. Niveau van thuiswerken is sinds 2023 gestabiliseerd

De totale hoeveelheid thuiswerken daalde van gemiddeld 1,6 dagen in 2022 tot 1,33 dagen in 2023 tot 1,27 dagen in 2024/2025. Dit werd berekend vanuit antwoorden vanuit een panel met vertegenwoordigers uit 22 landen. Die ondervroegen de onderzoekers drie keer. De resultaten laten zien hoe het thuiswerken van 2022 tot 2023 daalde, maar na 2023 lijkt te zijn gestabiliseerd.

Respondenten is de vraag gesteld: Voor elke dag afgelopen week, werkte je 6 of meer uren per week en zo ja, waar?

3. Regelingen hybride werken vaker bij ouders

Het rapport van Stanford laat ook zien in hoeverre mannen en vrouwen met en zonder kinderen een regeling hebben om thuis te werken. Met name werknemers met kinderen hebben veel vaker een 'hybride regeling' waarbij 1, 2 of 3 dagen per week thuis wordt gewerkt. Medewerkers zonder kinderen zijn vaker volledig op de zaak en dus 0 dagen thuis aan het werk. Of - en dat is het andere uiterste - ze werken vaker volledig op afstand met 5 of meer dagen per week thuis.

Respondenten is de vraag gesteld: Voor elke dag afgelopen week, werkte je 6 of meer uren per week en zo ja, waar?

4. Thuiswerkpercentages vergelijkbaar voor mannen en vrouwen

De thuiswerkpercentages voor mannen en vrouwen zijn vergelijkbaar zijn in alle belangrijke regio's die de onderzoekers bestreken. We zien wel enkele beperkte verschillen tussen regio's, maar het algemene patroon is dat mannen en vrouwen in de landen vergelijkbare thuiswerkpercentages kennen.

Respondenten is de vraag gesteld: Voor elke dag afgelopen week, werkte je 6 of meer uren per week en zo ja, waar?

5. Wens om thuis te werken hoogst bij vrouwen met kinderen

Terwijl mannen en vrouwen vergelijkbare thuiswerkpercentages hebben, willen vrouwen met kinderen vaker thuiswerken dan vrouwen zonder kinderen. Vrouwen met kinderen willen gemiddeld 2,66 dagen per week thuiswerken. Dat is 0,13 dag meer dan vrouwen zonder kinderen. Er zit weinig verschil in de wens om thuis te werken tussen mannen met of zonder kinderen. Mannen zonder kinderen hebben een net iets hogere voorkeur om thuis te werken, maar het scheelt niet veel.

Respondenten is de vraag gesteld: 'Kijkend een jaar terug, hoe vaak zou je betaalde werkdagen vanuit huis willen hebben?

Bron: Stanford University