De e-boiler (wat in de meeste gevallen staat voor elektrodeboiler en niet elektrische boiler) heeft zijn charme doordat hij relatief eenvoudig is in te passen in bestaande industriële processen en warmtenetten, makkelijk hoge temperaturen haalt, geen hoge investeringskosten vraagt en korte vergunningstrajecten heeft. Bedrijven kunnen hem inzetten naast hun gasboiler, zodat er geschakeld kan worden tussen elektriciteit en gas afhankelijk van de prijzen. Lage elektriciteitsprijzen betekenen gebruik van de e-boiler op de verschillende energiemarkten (day ahead, intraday en onbalans), hoge elektriciteitsprijzen of lage gasprijzen leiden tot terugschakelen naar gas. Dit maakt de e-boiler flexibel. Netbeheerders kunnen de e-boiler inzetten als potentiële congestieverzachter en de overheid gaat ervan uit dat als de prijzen laag zijn, dat dat de elektriciteit in het net dan groen is.
Maar daarmee komen we ook bij de zwakke plek. Elektriciteit in Nederland is duur, niet in de laatste plaats door hoge netwerktarieven. Veel e-boilers staan daarom vaker stil dan gehoopt. De belofte van goedkope duurzame stroom is niet vanzelfsprekend, waardoor de exploitatie in de praktijk tegenvalt. Het is niet voor niets dat er in de SDE++-regeling een aparte categorie is toegevoegd voor bestaande e-boilers die niet rendabel draaien. Daarmee worden verliezen deels gecompenseerd, maar het roept tegelijk de vraag op of het slim is om oude subsidies met terugwerkende kracht op nieuwe situaties aan te passen: dan blijf je aan de gang, met welke technologie dan ook, terwijl onzeker is of die bestaande projecten er echt mee geholpen zijn.
Warmtepomp voor de lange termijn
De warmtepomp is een zinvollere optie voor de lange termijn. Deze techniek vraagt om hogere investeringen en werkt in de industrie alleen efficiënt wanneer er restwarmte beschikbaar is. Veel hoger dan 200 graden zal de warmtepomp ook niet komen. Daar staat tegenover dat de operationele kosten aanzienlijk lager zijn en de bijdrage aan verduurzaming groter. Naarmate de techniek verder opschaalt, zullen de prijzen dalen. Warmtepompen zullen waarschijnlijk niet snel zo goedkoop worden als e-boilers, maar de bijdrage aan de klimaatdoelen maakt het verschil. Waar de keuze voor een e-boiler vaak wordt ingegeven door - speculatief - handelen op de energiemarkt en flexibele inzet, is de keuze voor een warmtepomp vooral een principiële keuze voor duurzaamheid: het is moeilijk, dus als je het doet, dan wil je het ook echt.
Een huis-tuin-en-keukenvergelijking ligt voor de hand: het vergelijk met woningen. Daar is de discussie over elektrische weerstandsverwarming in feite al eerder gevoerd. Infraroodpanelen en doorstroomboilers werken beide eveneens met een rendement COP van 1. De doorstroomboiler voor warm tapwater en verwarming is inmiddels zo goed als verboden. Goedkope infraroodverwarming is wel toegestaan omdat die heel gericht kan worden ingezet in extreem goed geïsoleerde woningen, waar de warmtevraag minimaal is. Daar kan zo’n infraroodpaneel soms een acceptabele oplossing zijn. Maar het blijft de uitzondering die de regel bevestigt: liever niet, tenzij er specifieke omstandigheden zijn die het verdedigbaar maken. Voor het warmtapwater blijft in die gevallen bovendien een andere oplossing nodig. Net als bij de e-boiler geldt dus dat het in sommige niches verdedigbaar is, maar structureel geen logische keuze.
Overtollige energie bestaat niet
Een fundamenteel bezwaar tegen de e-boiler is dat hij hoogwaardige elektriciteit omzet in laagwaardige warmte. Het argument dat er sprake is van 'overtollige energie' die anders toch verloren zou gaan, is misleidend. Er zijn momenten van tijdelijk overschot en momenten van tekort, en die moeten bij voorkeur worden opgevangen met vraagsturing, opslag in elektrische batterijen of in uiterste gevallen curtailment, waarbij je de duurzame opwek tijdelijk stil zet. Duurzaam opgewekte elektriciteit overtollig noemen is een miskenning van de moeizame wijze waarop duurzame energieprojecten tot stand komen. Elektriciteit heeft een hoge waarde en die zomaar inzetten voor warmteproductie is vanuit systeemoptiek inefficiënt. En: hoe meer duurzame opwek er komt, hoe groter dit vraagstuk wordt. Gaan we straks alle groene stroom maar wegblazen met e-boilers en andere inefficiënte technieken?
Ook de hybride inzet van e-boilers en gasboilers op groene waterstof - het voorgeschotelde groene vergezicht - lijkt in de praktijk weinig kansrijk. De kosten van groende waterstof zijn hoog en het risico op fossiele lock-in daardoor aanzienlijk. Tegelijk blijft er de uitdaging dat veel industriële processen hoge temperaturen vragen, die warmtepompen voorlopig niet kunnen leveren. Voor warmtenetten geldt iets soortgelijks: lage temperatuurtoepassingen hebben de voorkeur. Maar in vooroorlogse binnensteden is dat niet altijd eenvoudig.
E-boiler vooral tijdelijk handig
Alles bij elkaar is de e-boiler vooral een instrument om op korte termijn de scherpe randen van de transitie te verzachten. Bedrijven kunnen er geld mee verdienen op de energiemarkten en bijdragen aan netbalans, maar de structurele waarde blijft beperkt. Lastig om jubelend over e-boilers te praten. Het heeft er soms de schijn van dat de e-boiler vaker wordt ingezet vanwege interessante randzaken, maar niet voor verduurzaming van het primaire proces. Het echte perspectief ligt bij warmtepompen (en slimme vraagsturing). De e-boiler was populair in de subsidierondes, maar dat is nog iets heel anders dan veelbelovend voor de toekomst.









