Hoe verhullend taalgebruik de or kan misleiden

Hoe verhullend taalgebruik de or kan misleiden
Shutterstock

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

Door Hans van den Hurk Tijdens een overlegvergadering deed de bestuursvoorzitter van een grote zorginstelling een mededeling. Hij vertelde de ondernemingsraad dat hij de komende week een samenwerkingsakkoord zou tekenen met twee andere grote zorginstellingen. De gedachte was om voortaan gezamenlijk de steunverlening bij spoedeisende hulpvragen ’s avonds en ‘s nachts te organiseren. Verdergaande samenwerking was op dit moment nog niet aan de orde, maar was op de langere termijn niet uitgesloten.

Dat riep veel vragen op

Deze mededeling riep, begrijpelijkerwijs, veel vragen op. Een belangrijke vraag van de ondernemingsraad was: ‘Moet de or geen advies geven over deze beslissing?’ De bestuursvoorzitter wuifde die vraag weg. ‘Dat is nog niet nodig, want het is vooralsnog een strategische beslissing. Er zijn nog geen directe gevolgen voor het personeelsgebeuren, waar de ondernemingsraad natuurlijk met name voor is. Zodra er gevolgen zijn voor de werktijden, zal ik de or uiteraard om instemming vragen.’

De verantwoordingslijnen zouden veranderen

Iets dergelijks overkwam de ondernemingsraad van een ziekenhuis. Dat ziekenhuis was formeel gefuseerd met een ander ziekenhuis, maar functioneerde nog volledig zelfstandig. Daar zou verandering in komen, zei de bestuurder. De verantwoordingslijnen van een aantal leidinggevenden zouden veranderen. Voortaan legden ze geen verantwoording meer af aan hem, maar aan de voorzitter van het fusieplatform. Hier kwam dezelfde vraag van de ondernemingsraad. ‘Dient de or daar geen advies op te geven?’ Dat bleek ook deze bestuurder niet nodig te achten. ‘Het veranderen van verantwoordingslijnen is niet adviesplichtig op grond van de WOR.’

WOR en cao

Hoe zit dat nu met dat recht van ondernemingsraden om advies te geven op een ondernemersbeslissing? Er zijn twee belangrijke bronnen voor het adviesrecht. De bekendste is de wet, met name de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Minder bekend, althans als bron van bevoegdheden, is de cao. Toch staan daar geregeld aanvullende bevoegdheden in.

De cao

Laten we daarom eens met de cao beginnen. Bijvoorbeeld: in de cao voor de gehandicaptenzorg staat, dat de ondernemer het advies van de ondernemingsraad moet vragen als hij een nieuw lid van het bestuur of van de Raad van Toezicht benoemt. Dat is een verdergaand recht dan de WOR geeft in artikel 30, want dat laatste betreft alleen de benoeming van een bestuurder. Dezelfde cao geeft het recht op advies als de begroting van de instelling tussentijds wordt gewijzigd. In de cao voor de verpleeg- en verzorgingstehuizen en thuiszorg vinden we deze bepaling: ‘Je werkgever kan een vertrouwenspersoon benoemen bij wie je voor opvang, steun en advies terecht kunt als je te maken hebt met seksuele intimidatie. Over het besluit tot het benoemen van een vertrouwenspersoon, kan de ondernemingsraad een bindende voordracht doen.’

En dan de wet

En dan de wet. De systematiek van de Wet op de ondernemingsraden is tamelijk eenvoudig. In artikel 25, lid 1, van de WOR staat een rijtje aangelegenheden. Het gaat daarbij om fusies, samenwerkingsverbanden, wijziging van de organisatie etc. Zodra de ondernemer een besluit neemt aangaande een aangelegenheid die in dat rijtje staat, is dat besluit adviesplichtig. Soms staat er nadrukkelijk bij dat de aangelegenheid ‘belangrijk’ dient te zijn. Zo is een besluit van de bestuurder bijvoorbeeld adviesplichtig, als die een ‘belangrijke wijziging in de organisatie van de onderneming, dan wel in de verdeling van bevoegdheden binnen de onderneming’ betreft.

De woorden …

Van belang zijn nu twee dingen. Het eerste ding is, dat in de wet vaak heel andere bewoordingen worden gebruikt dan we in het dagelijks leven gewend zijn. Wat wij een fusie noemen of een overname, heet in de wet (afhankelijk van de vraag of de onderneming een andere overneemt of juist zelf overgenomen wordt): ‘overdracht van de zeggenschap over de onderneming of een onderdeel daarvan, resp. het vestigen van de zeggenschap over een andere onderneming.’ Wat wij gewoonlijk een bedrijfssluiting noemen heet ‘beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming.’ En wat doorgaans met een reorganisatie wordt aangeduid heet ‘belangrijke wijziging in de organisatie van de onderneming, dan wel in de verdeling van bevoegdheden binnen de onderneming.’ Omdat wij het taalgebruik in de wet onhandig of wat hoogdravend vinden, duiden we de aangelegenheid gewoonlijk aan met de woorden die we goed kennen. ‘De or heeft adviesrecht bij een fusie of een reorganisatie,’ zeggen we dan. En dat brengt ons bij het tweede ding.

… en de zaken

Niet alleen de ondernemingsraad onthoudt zijn bevoegdheden in de huis-, tuin- en keukentaal, de bestuurder doet dat ook. Die denkt dan, ten onrechte, ‘de ondernemingsraad heeft adviesrecht bij een reorganisatie, dus als ik mijn voornemen anders noem, vervalt dat adviesrecht.’ Dat was het geval in het ziekenhuis in het voorbeeld hierboven. Daar ontkende de bestuurder dat er sprake zou zijn van een reorganisatie, maar dat er alleen een verandering zou komen in de verantwoordingslijnen. Dat is weinig meer dan een woordenspel. De wet spreekt niet van reorganisaties, maar kent de or wel adviesrecht toe bij een ‘belangrijke wijziging in verdeling van bevoegdheden’. En daar ging het in het bovenstaande voorbeeld wel degelijk om. Het gaat in de wet en in de cao niet om de gebruikte woorden, maar om de inhoud van de beslissingen.

Geen advies bij een voornemen tot vergaande samenwerking?

En de bestuurder die meende dat hij zijn or geen advies hoefde te vragen bij een voornemen tot een vergaande samenwerking, omdat deze beslissing ‘strategisch’ was en nog geen ‘invloed had op het personeelsgebeuren’? Die had het evenmin helemaal begrepen. De WOR kent de or adviesrecht toe zodra er een ‘voorgenomen besluit’ valt omtrent het ‘aangaan van (…) duurzame samenwerking met een andere onderneming’. Punt. Nergens staat dat dit adviesrecht pas van kracht wordt op het moment dat die samenwerking gevolgen heeft voor de medewerkers.

Gegoochel met woorden

Natuurlijk is het voor iedereen het beste als bestuurder en or als vanzelfsprekend overleggen over alles dat van belang is voor de onderneming. Dat is veel beter dan dat zij in de wet opzoeken of overleg noodzakelijk is. Maar als de wet er toch bijgehaald wordt, is het voor iedereen het beste dat die dan wel juist wordt geïnterpreteerd. En dat gegoochel met woorden geen grond is om de or zijn bevoegdheden te onthouden. Hans van den Hurk is auteur en adviseur van ondernemingsraden. Lees ook:
Digitaal event: de Landelijke Or-dagen op 25 en 26 november! Een digitaal congres met ruim 20 kennissessies, waaronder de sessie: Clean Language – hoe weet je wat de bestuurder echt bedoelt? op 25 november. De Landelijke Or-dagen hebben dit jaar als thema: kracht en invloed. Hoe creëer je als or meer invloed op de besluitvorming in deze roerige tijden?
Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.