De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) bevestigde woensdag wat vakvereniging HZC al langer waarneemt en ook regelmatig uitdraagt: bij werkzaamheden aan het spoor worden bewust te grote risico’s genomen door te makkelijk over te stappen naar maatregelen op lager veiligheidsniveau. Van Veldhuizen is duidelijk: "Economisch-maatschappelijke belangen prevaleren boven de veiligheid van de spoorwerkers en dat is onacceptabel. De minister van I&W en ProRail moeten hun verantwoordelijkheid nemen."
Het is volgens HZC hoog tijd dat de maatregelen omtrent veiligheid in de juiste volgorde worden genomen. Het klinkt simpel, maar in de praktijk komt daar dus te vaak weinig van terecht. "De Arbowet verlangt van een werkgever dat deze maatregelen treft voor veilig werken in een bepaalde volgorde, de zogenoemde arbeidshygiënische strategie. De werkgever moet dus éérst maatregelen treffen op een hoger niveau." Dat is de regel die volgens HZC standaard moet gelden bij alle werken. Terugvallen op maatregelen van een lager veiligheidsniveau mag eigenlijk alleen als daar zeer goede redenen voor zijn, bijvoorbeeld omdat het technisch of economisch onmogelijk is. Maar dat hoort de uitzondering te zijn.
Volledige buitendienststelling
"Er wordt bij werken aan het spoor véél te makkelijk naar een lager niveau gestapt. En die zijn nu juist het meest kwetsbaar, want meer van menselijk gedrag afhankelijk." Het eerste niveau: de bron van het gevaar wegnemen. Daarna volgt: collectieve maatregelen treffen. Beide mogen niet worden genegeerd.
HZC pleit voor volledige buitendienststelling van het spoor bij onderhoudswerk. Als er geen treinen rijden is er geen aanrijdgevaar (niveau 1). "Technisch geen enkel probleem, dus blijkbaar prevaleert hier het economisch belang. Er wordt door de minister van I&W, NS en ProRail te veel nadruk gelegd op het laten doorrijden van treinen, voor zowel reizigers als goederen. Ongemakkelijk voor reizigers, ja, maar beter tien minuten later aankomen dan helemaal niet. Sterker, op grond van de Spoorwet krijgt ProRail zelfs een boete van het ministerie opgelegd als er te weinig treinen rijden."
Ook niveau 2 – onder andere het afscheiden of afschalen van gevaar – wordt volgens de vakvereniging te vaak overgeslagen. "Qua afscheiden van gevaar is het nu niet duidelijk waar de grens tussen buitendienst gesteld en zogenoemd ‘levend’ spoor ligt. Eenvoudig op te lossen door het plaatsen van een zichtbaar mobiel afsluitbaar hekwerk. Afschalen van gevaar kan door treinen niet met 140 kilometer per uur langs spoorvakken te laten voortrazen, maar een standaard snelheidsbeperking op te leggen van bijvoorbeeld 40 kilometer per uur. " Het is een optie die maar zelden wordt toegepast. "Afschalen van gevaar kan ook door procedures voor buitendienststelling of vrijgeven van het spoor, maar als dat grotendeels mondeling gebeurt, zoals de OVV vaststelt, brengt dat onevenredig hoge risico’s met zich mee. En verschuiven van nachtwerk naar meer overdag werken zorgt ook voor afschalen van risico’s."









