Hoge energiefactuur? Aan deze knoppen kan de overheid draaien 

Hoge energiefactuur? Aan deze knoppen kan de overheid draaien 
Zonnepark Louisegroeve op het Chemelot-terrein, het grootste zonnepark van Limburg. Foto: ANP/Hollandse Hoogte/Tobias Kleuver.

De energie-intensieve industrie klaagt steen en been over de hoge energiekosten in ons land. Na jarenlang de poot stijf gehouden te hebben, lijkt de Nederlandse overheid met het eind april gepresenteerde 'Pakket voor Groene Groei' overstag te zijn gegaan. Hoe zijn de energiekosten op de energiefactuur eigenlijk opgebouwd en aan welke knoppen kun je draaien?

De kale energieprijzen zijn in Europa nagenoeg gelijk. Het verschil zit dus in nettarieven en overige kosten, waardoor de energiekosten in Nederland in vergelijking met andere landen hoog zijn. Zo bleken de totale elektriciteitskosten in 2024 voor grootverbruikers in Duitsland, België en Frankrijk tussen de 15 en 66% lager te liggen dan in Nederland. Met name de laatste jaren zijn de verschillen gegroeid. “Voor grootverbruikers zijn de energiekosten in de afgelopen jaren gestegen ten opzichte van andere landen. Dit komt doordat andere landen de energie-intensieve industrie compenseren”, zegt Machiel Mulder, hoogleraar Energie-economie aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. “Zij krijgen bijvoorbeeld korting op de netwerktarieven of een tegemoetkoming voor de CO2-prijs.”  

Ontbreken van kortingen 

De nettarieven voor elektriciteit in Nederland lagen begin 2024 gemiddeld op € 18 per MWh en zijn daarmee € 14 tot 17 per MWh hoger dan in Frankrijk, Duitsland en België. Dit wordt onder meer veroorzaakt door het ontbreken van kortingen, zoals de volumecorrectieregeling (VCR). Tot 1 januari 2024 bestond de VCR ook in Nederland. De regeling hield in dat grootverbruikers korting kregen op de nettarieven, omdat zij op constante basis veel elektriciteit verbruiken. Maar in de praktijk bleek dat zij helemaal geen lagere kosten voor het net veroorzaakten dan andere gebruikers. Daarom concludeerde de ACM op 24 mei 2023 in een uitspraak dat de kortingsregeling niet gerechtvaardigd was op basis van Europese regelgeving. Deze regeling zegt namelijk dat de tarieven gebaseerd moeten zijn op het kostenveroorzakersprincipe. Als de VCR in 2024 was blijven bestaan, hadden de grote bedrijven naar schatting ruim € 15 per MWh minder betaald. 

Hogere kosten netinfrastructuur 

Daarnaast kampte TenneT door het aansluiten van windparken op zee en andere duurzame maatregelen met hogere kosten voor de netinfrastructuur in Nederland. Door de investeringen die de netbeheerder moest doen in de afgelopen jaren, moesten ook de totale inkomsten van TenneT omhoog. Deze waren nog € 0,8 miljard in 2022 en zijn in 2024 gestegen naar € 2,6 miljard. Mede hierdoor zijn de netkosten voor grootverbruikers aanzienlijk gestegen van enkele euro’s per MWh in 2020 naar € 18 per MWh in januari 2024. In het Pakket voor Groene Groei geeft minister Sophie Hermans aan te onderzoeken of door middel van ‘amortisatie’ de netwerkkosten op korte termijn omlaag kunnen. Door een deel van de netkosten via leningen op een amortisatierekening te bekostigen en deze kosten in de tijd te spreiden, kunnen gemaakte netkosten over een groter verbruik worden verdeeld. Na Prinsjesdag moet hierover meer duidelijk zijn. 

IKC-regeling verlengen 

Daarnaast heeft Nederland in augustus 2024 de subsidieregeling Indirecte Kostencompensatie (IKC) stopgezet, terwijl deze in onze buurlanden nog wel bestaat. Nederlandse bedrijven ontvangen hierdoor momenteel geen compensatie voor de hoge elektriciteitskosten, wat hun concurrentiepositie verzwakt. De regeling beschermde bedrijven tegen hoge elektriciteitskosten vanwege het Europese systeem voor emissiehandel (EU ETS), die zijn doorberekend in de elektriciteitsprijzen. Mulder: “In onze buurlanden bestaat deze regeling nog wel en ik verwacht eigenlijk dat Nederland deze regeling gaat verlengen om bedrijven tegemoet te komen.” Dat lijkt inderdaad het geval: de komende drie jaar is de IKC vermoedelijk veiliggesteld, staat in de plannen. 

Regelingen weer op tafel 

De effectieve elektriciteitskosten in Nederland voor grote bedrijven bedragen na kortingen en compensaties bijna € 95 per MWh. Dat is tussen de € 14 en € 63 per MWh hoger dan in onze buurlanden. Daar bovenop geven deze landen nog specifieke voordelen aan de industrie. Zo krijgen Franse bedrijven elektriciteit tegen een lagere prijs van het staatsbedrijf EDF. De Duitsers geven kortingen aan stroom die wordt geproduceerd door elektrolysers, waarover bovendien geen netwerkkosten worden berekend. Nederland komt de grootverbruikers, na lang voet bij stuk te hebben gehouden, nu tegemoet. Het kabinet neemt een reeks maatregelen, zoals het versoepelen van de nationale CO2-heffing en de instandhouding van de IKC-regeling. Een aanwijzing hiervoor was er al tijdens het kamerdebat over klimaat en energie op 11 maart, en dit werd later concreet in het ‘Pakket voor Groene Groei’. 

Bedrijven compenseren

Een van de knoppen waar de Nederlandse overheid aan kan draaien, zijn de netwerktarieven. Mulder: “Maar als je die lager maakt voor grote bedrijven, betekent dat eigenlijk dat de tarieven voor andere gebruikers, zoals huishoudens en kleine bedrijven, omhoog moeten. Dat zal niet door iedereen als rechtvaardig worden ervaren.” Toch bepleit hij dat er iets moet gebeuren om bedrijven te compenseren. “De energiekosten voor bedrijven zijn in Nederland hoger dan in andere landen. Als je ze hier wilt houden, moet je nu iets gaan doen. Tot nu toe was er vanuit het ministerie van Klimaat en Groene Groei weinig behoefte om bedrijven tegemoet te komen, maar dat lijkt nu te veranderen.”  

Afschaffen CO2-heffing

Een andere maatregel die het kabinet kan nemen is het afschaffen van de nationale CO2-heffing. Deze Nederlandse heffing is gekoppeld aan het emissiehandelssysteem (ETS) van de Europese Unie, omdat het ETS alleen onvoldoende is om genoeg emissiereductie te realiseren voor het behalen van het nationale klimaatdoel van 55% emissiereductie in 2030. Als de prijzen in het ETS stijgen, daalt de nationale CO2-heffing. Als de ETS-prijzen dalen, stijgt deze heffing. Mulder: “Dat is eigenlijk een maatregel om bedrijven te stimuleren om hun CO2-uitstoot te reduceren. Maar als je deze stopzet, ondervinden andere bedrijven daar verder geen hinder van. Het vertraagt natuurlijk wel de energietransitie, omdat bedrijven minder worden gestimuleerd om hun uitstoot te beperken.”

Aan het volledig afschaffen van de CO2-heffing denkt minister Hermans vooralsnog niet - temeer omdat de opbrengsten uit de CO2-heffing via het Klimaatfonds deels weer terugvloeien naar de industrie. Wel komt er een grotere vrije-uitstootruimte en krijgt de industrie twee jaar langer de tijd (tot 2032 in plaats van 2030) om aan het heffingsdoel te voldoen. 

Opbouw gasprijs 

Ook de gasprijs is hoog in Nederland. Dit komt doordat de belastingen op aardgas in Nederland in de afgelopen jaren sterk verhoogd zijn. Grootverbruikers betalen met € 5 per MWh vier keer zoveel belasting op gas als in 2021. Daarnaast betalen grootverbruikers die meedoen aan ETS emissierechten. Bij de huidige CO2-prijs bedragen deze ongeveer € 13 per MWh gasgebruik. Daarbovenop komen nog de kosten voor het aardgasnet. Ook deze tarieven van de Gasunie zijn met tientallen procenten gestegen ten opzichte van 2024, onder meer door het dalende gasverbruik.  

Gascrisis 

Naast concurrentie uit de Europese Unie vrezen Nederlandse bedrijven ook competitie uit de Verenigde Staten (VS). In de VS is de kale gasprijs momenteel ongeveer € 10 per MWh. In Nederland is dat nu € 35 per MWh, ongeveer twee keer zo hoog als voor de gascrisis. Mulder: “Het klopt dat de energieprijzen in de VS veel lager zijn, omdat ze gas daar lokaal uit schalie kunnen winnen. Dat terwijl de Europese gasprijzen juist heel hoog liggen, door de energiecrisis. Wel zien we op de langetermijnmarkten dat de gasprijzen omlaaggaan, op de lange termijn misschien zelfs naar € 28 per MWh in 2028. Maar dat is nog hoog in vergelijking met de gasprijzen van voor de gascrisis toen ze rond de € 20 lagen. Hierdoor is elektriciteit natuurlijk ook duurder.” 

Energietransitie voelbaar 

Mulder merkt op dat de energietransitie nu voelbaar wordt voor bedrijven. “We merken nu dat de energietransitie om investeringen vraagt, maar gelukkig zijn we niet het enige land dat daar last van heeft. De energietransitie heeft bovendien ook grote voordelen, omdat je minder afhankelijk wordt van fossiele energieprijzen.” Economisch gezien is het onverstandig om de energie-intensieve bedrijven uit Nederland te laten vertrekken, zegt Mulder. “Ze maken producten die we allemaal gebruiken en ze gaan daarmee niet stoppen. Het gaat hier vaak om bedrijven die opereren op de internationale markt. Ze kunnen ook naar het Midden-Oosten of de VS verhuizen, waar de kostprijs van energie lager is. Dat maakt dat dit een lastige situatie is.” 

Volgens Mulder doen energie-intensieve bedrijven al veel om energie te besparen. “Ze hebben al heel veel gedaan, want de energieprijzen zijn al lang hoog. Maar ze lopen nu ook tegen grenzen aan. Als ze bijvoorbeeld willen elektrificeren, lopen ze tegen de congestieproblematiek aan. En groene waterstof lijkt misschien een aantrekkelijk alternatief, maar dat is momenteel nog te duur.”  

Europees CO2-emissiehandelssysteem ETS

Een andere verlichting voor de industrie zou kunnen komen vanuit Europa. Onder druk van de geopolitieke ontwikkelingen lijkt Europa namelijk minder haast te willen maken met het ETS. Binnen het EU ETS is er een plafond van emissierechten, dat gelijk staat aan de totale toelaatbare CO2-uitstoot. Dit plafond gaat vanaf 2024 met 4,3% per jaar omlaag tot 2028, en daarna met 4,4% tot de uitstoot nul is in 2040. Mulder: “Het ETS-plafond gaat omlaag en het ETS geldt niet voor landen buiten de EU (hoewel er wel een grenscorrectiemechanisme in de maak is, het CBAM, red.), waardoor de concurrentiepositie van Europese bedrijven verslechtert. Er gaan nu vanwege de geopolitieke situatie stemmen op, om dat minder snel te laten dalen.” 

Energierekening grootverbruikers

Commodityprijs: dit is de basisprijs voor elektriciteit die wordt bepaald op de handelsmarkten, zoals de EPEX Spotmarkt of via termijncontracten.
Commodityprijs: dit is de marktprijs voor aardgas die wordt bepaald op handelsplatformen, zoals de Title Transfer Facility (TTF) in Nederland. Deze prijs kan variëren afhankelijk van de contractvorm (spotmarkt, termijncontracten of langetermijncontracten).
Transport- en netwerkkosten: dit zijn de transportkosten van elektriciteit over het landelijke hoogspanningsnet en de regionale netten.
Transport- en netwerkkosten: dit zijn de landelijke transportkosten van aardgas via Gasunie Transport Services (GTS). Daarnaast zijn er regionale netbeheerkosten, afhankelijk van de netbeheerder en de afgenomen capaciteit.
Opslag- en capaciteitskosten: dit zijn de kosten voor het balanceren van vraag en aanbod, piekvermogens en eventuele flexibiliteitsdiensten.
Opslag- en capaciteitskosten: dit zijn de kosten die bedrijven betalen voor de optie om gas op te slaan in gasopslagen, zoals Bergermeer.
Belastingen en heffingen: dit zijn de kosten voor de energiebelasting, kosten vanuit het emissiehandelssysteem (EU ETS) en eventuele nationale CO₂-heffingen.
Belastingen en heffingen: dit zijn de kosten voor de energiebelasting, kosten vanuit het emissiehandelssysteem (EU ETS) en eventuele nationale CO₂-heffingen.
Opslag leverancier en winstmarge: dit zijn de kosten voor de opslag (kosten en winst) van de energieleverancier, afhankelijk van contractvorm, risicomanagement en dienstverlening.
Opslag leverancier en winstmarge: leveranciers rekenen een opslag voor hun diensten en risico's. Dit kan variëren op basis van contractvoorwaarden en inkoopstrategie.
Joop van Vlerken

Joop van Vlerken

Joop van Vlerken is zelfstandig redacteur en journalist, gespecialiseerd in energie, klimaat, bouw- en installatietechniek.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.