Verslechtering sociaal plan afgewezen

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

<P>Ondernemer Bolsius wil de vestiging in Schijndel sluiten. Hij heeft een adviesaanvraag en een concept sociaal plan onder geheimhouding aan de cor voorgelegd. Dit plan is op één onderdeel afwijkend van de sociale plannen die bij eerdere reorganisaties zijn overeengekomen: de ontslagvergoeding bij gedwongen ontslag wordt niet als bedrag ineens uitgekeerd, maar in twee delen. De ene helft bij beëindiging van het dienstverband en de andere helft gedurende maximaal 36 maanden als aanvulling op een uitkering of lager salaris. De cor heeft verzocht deze ‘knip’ in de ontslagvergoeding in te trekken omdat er geen zwaarwegende financiële redenen zijn die deze wijziging noodzakelijk maken. Verder betekent deze verandering dat de werknemers uit Schijndel ernstig benadeeld worden in vergelijking met collega’s de onder de eerdere sociale plannen vielen. De ondernemer is hier niet toe bereid. Voor de cor is dat reden tegen het besluit beroep in te stellen bij de Ondernemingskamer.</P> <P><I>Ondernemingskamer</I><br> De stelling van de ondernemer dat het sociaal plan voor het adviesrecht van de cor niet relevant is, wordt door de Ondernemingskamer verworpen. Eveneens wordt de stelling verworpen dat de cor zijn advies niet mag laten afhangen van het sociaal plan en dat er geen toetsing aan de redelijkheid van de inhoud mag plaatsvinden. Immers, ook al is de ondernemer niet gehouden de maatregelen in overeenstemming met de cor vast te stellen, het adviesrecht strekt zich nadrukkelijk wel uit tot die maatregelen.<br> Het gaat de ondernemer voor wat betreft de ‘knip’ om het principiële uitgangspunt dat het ineens uitkeren van een ontslagvergoeding onder bepaalde omstandigheden onredelijk is. Dit principe is bij eerdere sluitingen en reorganisaties niet gehanteerd en is ook geen punt van discussie geweest. Met name heeft de ondernemer niet aannemelijk gemaakt dat het vervallen van de ‘knip’ financieel onoverkomelijk of onredelijk bezwarend zou zijn. <br> De ondernemer had volgens de Ondernemingskamer meer aandacht moeten besteden aan het gezichtspunt van de cor dat het voor de werknemers die nu moeten afvloeien, bijzonder zuur is te weten dat zij na hun ontslag in een nadeligere positie verkeren dan hun collega’s die eerder zijn afgevloeid. Ook vindt de Ondernemingskamer dat het onaanvaardbaar is dat aan de cor geheimhouding is opgelegd. Hierdoor heeft de raad de opvattingen van de betrokken werknemers niet kunnen polsen. De ondernemer wordt opdragen het besluit in te trekken.</P> <P><I>Commentaar</I><br> In deze zaak komt een aantal belangrijke aspecten naar voren. Ten eerste geeft de Ondernemingskamer aan dat de ondernemingsraad het recht heeft te adviseren over de voorgenomen maatregelen om de personele gevolgen van een reorganisatie op te vangen. Ten tweede wordt duidelijk dat een ondernemer die fasegewijs productie verplaatst naar een goedkoper land, met een goed verhaal moet komen als hij werknemers die ontslagen worden een lagere ontslagvergoeding wil uitbetalen dan bij voorgaande reorganisaties. Dit kan alleen als de ondernemer goede argumenten heeft, waar in dit geval geen sprake van was. Tot slot wordt duidelijk gemaakt dat een ondernemingsraad met de achterban moeten kunnen overleggen over het sociaal plan voordat hij advies uitbrengt. Dit mag niet worden tegengehouden door het opleggen van geheimhouding.</P> <P>OK 12 maart 2007, ARO 2007/64 (cor Bolsius)</P> <P>Auteur: Loe Sprengers is advocaat bij het Advokatenkollektief Utrecht en hoogleraar aan de Universiteit Leiden</P>

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.